Ingrediënten:
1 kip, 4 sjalotten, 2 teentjes knoflook, 4 kemiries, 1½ theelpel ketoembarpoeder, 1
theelepel trassie, 1 stengel sereh, ½ vingerlengte laos, 2 salamblaadjes, 1 theelepel
asem, 1 theelepel suiker of goela djawa, 5 djeroek poeroetblaadjes, ½ blok santen, 2
bouillonblokjes of zout.
Bereidingswijze:
Snijd de kip in stukken. Pel de sjalotten en de knoflook en snijd ze fijn. Kneus ze met de
kemiries, ketoembar en trassie en smeer de kip hiermee in. Kook de stukken kip in een pan
met ruim water (het kippevlees moet 1 cm
onder water staan), op een niet te hoge warmtebron met het deksel op de pan. Voeg, zodra
het water kookt, de sereh, laos, salam, asem, goela djawa en djeroek poeroet toe. Laat na
10 minuten de santen erin smelten en doe de bouillonblokjes erbij. Houd de pan half open,
zodra de santen is gesmolten. Roer telkens en voeg zo nodig heet water toe, want het
gerecht mag niet droog zijn. Bereid het gerecht ver voor het eten, want hoe langer het
blijft staan des te beter kunnen de kruiden intrekken en hoe lekkerder het zal worden.
|